25 november 2003
"Mamma pakken", snik je telkens weer. Dat betekent dat ik je op schoot moet nemen of je rond moet dragen. Je voelt je niet lekker. Een snotneus, warm, keelpijn. "Ik heeft pijn mamma. Wil jij mij helpen?" Twee armpjes in de lucht. "JIj moet mij troosten, mamma". Je past precies in zo'n zigeunermeisjesschilderij. Het traantje op de juiste plek. De toon is hartverscheurend met alle bijpassende snikjes.
Je wil niet eten, maar naar bed. Meteen! NU, NU, NU! Mamma en pappa willen even eten. Ik zeg dat ik je naar bed breng als mijn eten op is, maar je blijft verdrietig eisen dat je nu toch wel erg zielig bent en onmiddelijk zonder dralen naar bed moet. Na een half uur slaappogingen te hebben ondernomen beland je dankzij een overdosis aan niet weg te werken snot weer beneden op de bank. Weer vreselijk zielig. Nu in je pyama, onder een dekentje. Je poppen moeten erbij en ook maziekie moet er aan geloven. Twee slaappogingen verder kijken we met zijn drietjes gezellig om een uur of negen televisie.
Je wil niet eten, maar naar bed. Meteen! NU, NU, NU! Mamma en pappa willen even eten. Ik zeg dat ik je naar bed breng als mijn eten op is, maar je blijft verdrietig eisen dat je nu toch wel erg zielig bent en onmiddelijk zonder dralen naar bed moet. Na een half uur slaappogingen te hebben ondernomen beland je dankzij een overdosis aan niet weg te werken snot weer beneden op de bank. Weer vreselijk zielig. Nu in je pyama, onder een dekentje. Je poppen moeten erbij en ook maziekie moet er aan geloven. Twee slaappogingen verder kijken we met zijn drietjes gezellig om een uur of negen televisie.
