24 december 2003
Maria en Jozef lopen door de kamer, de ezel ernaast. Pappa heeft je uitgelegd hoe dat zit met die twee op weg naar de (kerst)stal. Vanavond breng ik je voor de zoveelste keer naar bed. De concerten op het plein, met kerstliedjes, saboteerden eerdere pogingen. En dan beginnen de klokken te beieren.
"Even luisteren hoor!", zeg je. Je wil niet met je ogen dicht luisteren. Nee, ze moeten open en jij moet rechtop.
"Gaan wij daar naar toe?", vraag je.
Als ik je vraag waar daar naartoe is zeg je: "Naar Maria, en het kindje Jezus en zijn pappa".
"Is dat daar dan?", vraag ik je.
"Ja", zeg je stellig:"Daar moeten wij naar toe."
"Waar is de echte Maria?", vraag je even later.
Ik denk even na wat ik zeggen moet: "In de hemel denk ik".
"Bij de sterren", stel je vast.
Als ik weer beneden kom vraag ik je pappa wat hij je verteld heeft. Over het klokkengebeier heeft hij je niets verteld, zei hij. Waar heb je dat dan weer vandaan?
